apinti
mannelijk/vrouwelijk (de)/a'pɪnti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- enkelvellig slaginstrument dat door de Surinaamse marrons gebruikt werd om berichten door te seinen naar naburige dorpen en/of stammenDe ceremonie, georganiseerd door de Stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst, werd ingeleid met een Apinti-ritueel, van oorsprong West-Afrikaans tromgeroffel. Tot slaaf gemaakten in Suriname gebruikten dat als communicatiemiddel.Elke ochtend van zes tot kwart over zes is er op radio Apinti bazuinkoormuziek. En die dag, ik hoorde dat een aantal bewoners van de Bijlmer een speciaal programma voor mij hadden aangevraagd om me te feliciteren en sterkte te wensen.
Etymologie
* uit het Surinaams-Nederlands
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek