apertuur
vrouwelijk (de)/apɛr'tyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opening
- (medisch) kunstmatige opening in het menselijk lichaam
- (astronomie) (optica) wijdte van de licht doorlatende opening in optische instrumenten
Etymologie
* uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek