apertuur

vrouwelijk (de)/apɛr'tyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opening
  2. medisch (medisch) kunstmatige opening in het menselijk lichaam
  3. astronomie, optica (astronomie) (optica) wijdte van de licht doorlatende opening in optische instrumenten

Etymologie

* uit het Latijn