apenpak

onzijdig (het)/ˈapə(n)ˌpɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkleedkostuum om op een aap te lijken
    Jazeker, tussen de ballende figuren loopt op zijn dooie akkertje een persoon in een zwart apenpak. Hij kijkt een paar seconden in de camera en verdwijnt weer uit beeld.
    In een televisieserie van de BBC vol verklede acteurs in apenpakken, Walking with cavemen (2003), had de beroemde voorouder Lucy (ca. 3,5 miljoen jaar geleden) oogwit.
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) opzichtig kostuum of uniform
    De moeder, grootmoeder en overgrootmoeder van Willem-Alexander droegen evenmin militaire uniformen; zij verkregen hun waardering door hun eigen zijn, niet door een of ander apenpak dat eerder doet denken aan fascistische en dictatoriale regimes als die van dictator Amin van Oeganda, president Videla van Argentinië en nog vele andere machtswellustelingen.
    Marlene Dietrich bewees hoe hels sexy het apenpak kon zijn dat jacquet heet.