apatride

mannelijk/vrouwelijk (de)/apa'tridə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stateloosheid; het verschijnsel dat men van geen enkele natie een staatsburger is
    In landen met een bewogen geschiedenis zoals Myanmar is staatloosheid een massaal probleem, maar ook in Europa komt het nog veel voor. De meeste Roma, vooral in Italië, zijn staatloos of ‘apatride’. En in Letland – waar na de onafhankelijkheid etnische Russen het staatsburgerschap geweigerd werd – is vandaag nog steeds zowat 12 procent van de bevolking staatloos.
  2. een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelsstateless person