antrax

mannelijk (de)/ˈɑntrɑks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
    Waren de Russen in het geheim doorgegaan met een biologisch wapenprogramma? De Sovjet-Unie bevestigde dat er in Sverdlovsk sprake was van een antraxepidemie, maar kwam met een andere verklaring: de slachtoffers hadden op de zwarte markt illegaal besmet vlees gekocht waardoor ze antrax hadden opgelopen.
    De eerste vermelding van antrax dateert van 1491 vóór Christus uit Egypte.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsanthrax
Franscharbon
DuitsMilzbrand
Spaanscarbunco
Italiaansantrace
Portugeescarbúnculo, antraz
Russischсибирская язва
Chinees炭疽病
Japans炭疽症
Koreaans탄저병
Arabischجمرة خبيثة
Turksşarbon
Poolswąglik
Zweedsmjältbrand
Deensmiltbrand