antigeen
onzijdig (het)/ˌɑntiˈɣɛn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) lichaamsvreemde afweeropwekkende stof
Etymologie
*van "antigène", op te vatten als gevormd en ; in de betekenis van ‘stof die in organisme tegengif vormt’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Vertalingen
Engelsantigen
Spaansantígeno
Poolsantygen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek