antenne-inrichting
vrouwelijk (de)/ɑnˈtɛnəˌʔɪnrɪxtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- installatie om communicatiesignalen voor radio en tv uit de ether op te vangen en via bekabeling naar afspeelaparatuur te verspreidenDe coöperatie had tot voor kort het beheer van de antenne-inrichting, maar met de ingebruikname van de cai is dat overbodig geworden.
Etymologie
*, gespeld met een koppelteken volgens spellingregel 7.A
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek