angstaanval

mannelijk (de)/ˈɑŋstaɱvɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanval van angst
    'Ik snap niet hoe jij hier beneden zo onmenselijk kalm kunt zijn: vijf meter onder het centrum van Indianapolis, tot je enkels in de rattenpoep, maar je krijgt een angstaanval als je denkt dat je vinger ontstoken is.