woorden
boek
Start
›
A
›
angelusklok
angelusklok
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'ɑŋɣəlʏsklɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de kleinste klok van het gelui (aantal klokken) van een rooms-katholiek kerkelijk gebouw
Verwante woorden
angejiddeld
angejiddelde
Angel
Angela
Angela's
angeldragend
angeldragende
Angelica
Angelica's
Angelien
Angeliens
Angelika
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← angelusgebed
angelusklokje →