analfabeet

mannelijk (de)/ˌɑnɑlfaˈbet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niet kan lezen of schrijven
    Dan kan het ene onderzoeksinstituut wel beleid formuleren om laaggeletterden, analfabeten en immigranten te steunen, en het andere instituut kan proberen de hoogbegaafden, de neuroten of de autistische ICT’ers te redden, maar je kunt ook bedenken dat de algehele systematiek waarin die mensen allemaal moeten functioneren blijkbaar te streng en te onbegrijpelijk is.
    In de negentiende eeuw schreef Honoré de Balzac dat Calvijn in Genève een ‘religieuze terreur organiseerde’ en in 1936 publiceerde Stefan Zweig een roman waarin Calvijn zo wordt afgeschilderd dat volgens kerkhistoricus Herman Selderhuis ‘zelfs een analfabeet de overeenkomst met Adolf Hitler niet kon ontgaan.’
    {{ouds

Etymologie

*mogelijk via "Analphabet" van Latijn "analphabetus" dat teruggaat op "ἀναλφάβητος" (analfábètos); in de betekenis "ongeletterde" aangetroffen vanaf 1870 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsilliterate
Fransanalphabète
Spaansanalfabeto
Poolsanalfabeta
Zweedsanalfabet