amok

onzijdig (het)/amɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woede, razernij, de behoefte een groep mensen aan te vallen met het doel dezen te doden
    Hij behoorde niet tot de lastige gevallen, viel geen verplegers aan, besmeurde de muren van zijn kamer niet met uitwerpselen en maakte nooit amok.

Etymologie

*Afkomstig van het Maleisisch

Vertalingen

Engelsamuck