ammoniak

mannelijk (de)/ɑmoni'jɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een chemische verbinding van stikstof en waterstof met samenstelling NH3
    ' Het was verdomme veel te heet in de kamer en het stonk er naar ammoniak.
    Neptunus bestond vrijwel geheel uit drie ringen: de buitenste was helder en levendig blauw, als wimpers en oogschaduw - dat was de atmosfeer van waterstof en helium; de middelste ring was wit — dat was de mantel van twintigduizend kilometer, volgens astronomen een oceaan van water en ammoniak; het donkere midden was de kern van rotsen en ijs, qua massa gelijk aan heel de Aarde.

Etymologie

*uit het klassieke Latijn ammoniacum

Vertalingen

Engelsammonia
Fransammoniac
Spaansamoniaco, amoníaco
Turksamonyak
Poolsamoniak
Zweedsammoniak