Amen
onzijdig (het)/ˈamə(n)/
Betekenis
tussenwerpsel
- dat zij zo, een slotwoord van gebeden en prekenIn België wordt de uitdrukking "Amen en uit!" gebruikt, waar in het Nederlands "Punt uit!" voor gebruikt wordt.
zelfstandig naamwoord
- term waarmee de geldigheid wordt bevestigd van iets dat gezegd is: het zij zo, het is zo (30×: Num. 5:22, Deut. 27:15 +, 1 Kon. 1:36, Jes. 65:16 met tekstkritiek, Jer. 11:5 +, Ps. 41:14, Neh. 5:13 +, 1 Kron. 16:36; ook 129× in NT)
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws (gangbare Nederlandse versie), letterlijk: 'vast'
Uitdrukkingen
- Ja en amen zeggen — Kritiekloos overal mee instemmen, heel gedwee alles goedvinden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek