ambulance
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɑmbyˈlɑ̃sə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer), (medisch) voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengenHij werd met een gillende ambulance naar het ziekenhuis gebracht, maar is helaas toch overleden.De tocht bleef, aldus de organisatie, verschoond van grote incidenten, al moest twee keer na een valpartij een ambulance worden gebeld. Tubantia Wim Goorhuis 16-05-19 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/hel-van-twente-met-de-wind-vol-op-de-kop~aa8bb82c/ Hel van Twente met 'de wind vol op de kop']De ambulance was er hooguit tien minuten later.
- (medisch) verplaatsbaar hospitaal
Etymologie
*van "ambulance"
Vertalingen
Engelsambulance
Fransambulance
DuitsAmbulanz, Krankenwagen
Spaansambulancia
Italiaansambulanza
Portugeesambulância
Poolsambulans, karetka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek