ambtsgenoot
mannelijk (de)/ˈɑmtsxəˌnot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die eenzelfde functie met gezag bij de overheid of een kerkgenootschap vervultStap maar uit de EU als het je niet bevalt, zei demissionair premier Rutte tegen zijn Hongaarse ambtsgenoot Orbán.Blinken (r) wordt verwelkomd door zijn Israëlische ambtsgenoot Gabi Ashkenazi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek