amberboom
mannelijk (de)/'ɑmbərbom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) benaming voor de Amerikaanse amberboom , een loofboom uit de familie , van oorsprong uit het oosten van Noord-AmerikaHet sap van de amberboom is welriekend en ruikt naar amber.
Vertalingen
Engelssweetgum
Spaansliquidámbar, estoraque, árbol del ámbar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek