ambassade
vrouwelijk (de)/ɑmbɑ'sadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (diplomatie) de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andereDe Nederlandse ambassade in Duitsland is een van de grootste ambassades van Nederland.
- (diplomatie) het gebouw waarin [1] gevestigd is met de grond waarop het staatEen ambassade wordt geacht niet tot het grondgebied van het gastland te behoren.Toen ze de eerste keer aan hem was voorgesteld, op een receptie in de Nederlandse ambassade in New York, was hij nog een prins.' 'Waar brengt hij me naar toe?' 'Naar de Britse ambassade.
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelsembassy
Fransambassade
DuitsBotschaft
Spaansembajada
Italiaansambasciata
Portugeesembaixada
Russischпосольство
Chinees大使館
Japans大使館
Koreaans대사관
Arabischسفارة
Turkselçilik
Poolsambasada
Zweedsambassad
Deensambassade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek