amateurarcheoloog

mannelijk (de)/ama'tørɑrxejolox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die uit liefhebberij opgravingen doet
    Een amateurarcheoloog heeft in Limburg een paletarmband gevonden uit de late bronstijd, 1000 jaar voor Christus. Nooit eerder werd zoiets in Nederland uit de grond gehaald.
    De vondst werd drie jaar geleden gedaan in de tuin van een Romeinse villa in de buurt van Stein. Het heeft volgens amateurarcheoloog Bux Westhovens jaren geduurd voordat duidelijk werd dat hij een bijzondere munt had gevonden.