amandelboom

mannelijk (de)/a'mɑndəlbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een kleine loofboom uit de rozenfamilie met als steenvrucht de amandel

Vertalingen

Engelsalmond, almond-tree, almond tree
Fransamandier
DuitsMandel, Mandelbaum
Spaansalmendro, almendrero
Italiaansmandorlo
Portugeesamêndoeira
Poolsdrzewo migdałowe
Zweedsmandelträd
Deensmandel, mandeltræ