ama
mannelijk (de)/ˈama/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kind dat zonder ouders naar een ander land is gereisd en daar als vluchteling wil worden toegelatenDe Maastrichtse rechter René Kleijkers ziet bij de Raad van State „een rotsvast geloof in de minister”. Zo zei minister Verdonk in 2004 dat alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) best naar Angola konden terugkeren, omdat daar tijdelijke opvang was. Toen een Angolese ama in 2005 bij de Raad van State aanvoerde dat het betreffende project inmiddels was beëindigd, werd dit ter zitting namens de minister ontkend.
zelfstandig naamwoord
- (beroep) Japanse vrouw die op een traditionele manier in zee duikt naar oesters en andere zeevruchten'Altijd leuk dat je bij me komt zitten, maar zou je vandaag niet naar parels gaan duiken?' 'Nee, vandaag niet,' antwoordde Akiko () Moeder zegt dat ik eigenlijk te oud ben om met dat soort mensen om te gaan. Ze zegt dat het werk van een ama niet past bij een dame van de samoeraiklasse en ze heeft het verboden.Ama kunnen in een getijdenstroom terechtkomen of door haaien worden aangevallen.
Etymologie
*[B] van "海女" (ama) "duikster"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek