alwetendheid
vrouwelijk (de)/ɑl'wetənthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) het alwetend zijn„Zij geeft zich graag een air van alwetendheid," was het commentaar van madame de Marsan.Ik heb niet zo'n vertrouwen in zijn alwetendheid.
Etymologie
*afgeleid van alwetend
Vertalingen
Spaansomnisciencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek