alter

mannelijk (de)/ˈɑltər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) afzonderlijke persoonlijkheid bij iemand die door een dissociatieve identiteitsstoornis meerdere persoonlijkheidstoestanden heeft
    Het gevolg is dat ze tot uitdrukking komen als de belangrijkste of sturende trek van een nieuwe persoonlijkheid, een alter.

Etymologie

*van "alter"; op te vatten als (verkorting) van alter ego