alt

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (m) (muziek) lage vrouwenstem
    De zangeres was beroemd om haar warme alt.
  2. muziekinstrument, afkorting (m) (muziekinstrument) (afkorting) altinstrument, vaak de altviool
    De bezetting bestaat uit 7 eerste violen, 7 tweede violen, 3 alten, 4 celli en 2 contrabassen.
  3. muziek, beroep (m) (muziek) (beroep) persoon in een orkest die een altinstrument bespeelt
  4. muziek (f) (muziek) vrouw die een altstem bezit
    De alt was een rijzige vrouw met een diepe stem.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lage vrouwenstem’ voor het eerst aangetroffen in 1795

Vertalingen

Franscontralto, altiste, contralto
DuitsAlt, Altstimme
Spaansalto
Italiaanscontralto
Poolsalt