alsof

/ɑlˈsɔf/

Betekenis

voegwoord
  1. luidt een vergelijking in
    Alsof de zon plotseling achter de wolken vandaan gekomen was, zo klaarden alle gezichten op toen hij het goede nieuws vertelde.
    Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen. Verderop is een ruime zwier omhoog naar rechts, dit is wat renners een moordenaar noemen. Maar het lijkt er ook op dat zich daar de bevrijding aandient. Een strakblauwe hemel domineert in het blikveld, het is alsof de sparren respectvol uit zicht blijven. De weldaad van een kale vlakte volgt.
  2. als iets niet is wat het lijkt
    De teleurgestelde ouders deden alsof ze heel tevreden waren met de prestatie van hun kind.
    Hardangervidda. De Spoorlijn Bergen. Daar was zijn ingenieursleven begonnen toen hij nog niet meer dan een groentje was en nu tegen het einde van dat beroepsleven was het alsof hij weer opnieuw moest beginnen.
    'Weet je wat mijn kleine meisje Helene heeft uitgespookt?' 'Jazeker, ze is natuurlijk zwanger geraakt,' zei hij met een vermoeid gezicht alsof het compleet vanzelf sprak.

Vertalingen

Engelsas though
Franscomme si
Duitsals ob
Spaanscomo si
Italiaanscome se
Poolsjakby