Als

/ɑls/

Betekenis

voegwoord
  1. wanneer
    Als het avond is koelt het meestal snel af.
  2. indien
    Dit wordt alleen ingeruild als de verpakking nog gesloten is.
  3. in de hoedanigheid van, de rol hebbende of spelende
    Als wijkbewoner wil ik u zeggen dat het hier prettig wonen is.
  4. in de gedaante van, in de vorm van, onder de benaming van
    Hij sloeg het bestand als .pdf op.
    We kennen het tegenwoordig als Paleis Noordeinde.
  5. in sommige vergelijkingen
  6. even ... als
  7. :Ik ben even dik als Dik Trom.
  8. :Dit is even dik als dat andere bord.
  9. zo ... als
  10. : Dit is zo dik als een boomstam.
  11. zowel ... als
    {{ouds
    Vooral omdat het gebied dat hun voor eigen gebruik was toegewezen op Kungsholmen lag met uitzicht op zee. Dat garandeerde zowel waardevermeerdering als stijgende huuropbrengsten.
  12. spreektaal (niet-standaardtaal), (spreektaal) na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord, i.p.v. het in dit geval als correct beschouwde dan [1]
  13. : Hij is groter als ik.

Etymologie

: : als (: also)

Uitdrukkingen

  • als ik van u was
  • van als
  • als Pasen en Pinksteren op één dag vallen
  • als bij toverslag
  • als de dood zijn voor
  • als de wiedeweerga
  • als een blad van een bloom veranderen/omkeren
  • als een blok voor iemand vallen

Vertalingen

Engelswhen, if, as
Fransquand, si, en tant que
Duitssobald, wenn, falls
Spaanscuando