alopecia

vrouwelijk (de)/aloˈpesija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening waardoor haren niet meer of minder aangroeien
    Toen op school het plan werd opgevat om haar te doneren aan een stichting die pruiken laat maken voor kinderen die geen haar meer hebben – dat hoeft niet door kanker te zijn, kinderen met de haarziekte alopecia zijn soms ook kaal – meldden de meisjes zich spontaan.

Etymologie

*van Latijn "alopecia" dat teruggaat op "ἀλώπηξ" (alopex) "vos", dit kan betrekking hebben op hun haarverlies door de rui of door schurft; vergelijk ook het spreekwoord "Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken"