aloë
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈaloˌwe/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor bloeiende, succulente planten uit het geslacht dat uit ongeveer vierhonderd soorten bestaatHet natuurlijk verspreidingsgebied is beperkt tot Afrika: van Zuid-Afrika tot tropisch Afrika, en naburige gebieden zoals Madagaskar, het Arabische schiereiland en verschillende Afrikaanse eilanden alsmede de Canarische eilanden. Het sap uit de bladeren van de aloë heeft geneeskrachtige eigenschappen.
Etymologie
*via Middelnederlands "aloe" en Latijn "aloe" van "ἀλόη" (aloè), in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsaloe
Fransaloès
DuitsAloen
Spaanssábila, zábida, zábila
Portugeesaloe
Russischалоэ
Chinees芦荟
Japansアロエ
Koreaans알로에
Arabischصبر (نبات)
Turkssarısabır
Poolsaloes
Zweedsaloesläktet
Deensaloe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek