aller

/ˈɑlər/

Betekenis

voornaamwoord
  1. van alle
    In de tweede helft van de twaalfde eeuw kreeg, verspreid over heel Noord-Europa, het omvangrijkste project voor buitenlichtreclame aller tijden gestalte.
    Tot op heden is Beethoven nog steeds een van de meest beroemde en meest invloedrijke musici aller tijden.
    Loffeld, de aardigste aller trainers, die afscheid leemt van zijn lunchende spelers, terwijl voorzitter Aalbers gelaten toehoort.
  2. bij een bijvoeglijk naamwoord in de overtreffende trap
  3. in hoogst mogelijke graad
    Maar tal van interessante persoonlijke krachtmetingen gaven de pas in de tweede helft boeiende botsing der giganten nog een extra dimensie. De alleraardigste was die tussen Marco van Basten uit Utrecht en Romario da Souza Faria uit Rio de Janeiro, de wellicht twee beste spitsen ter wereld.
  4. bij overdrijving gebruikt om een buitengewoon hoge graad van de stellende trap aan te geven
    Jan 'Speedy' Lorré, handelaar in gebruikte wagens, koopt op zekere dag een alleraardigst autootje in voor weinig geld.
  5. spreektaal (spreektaal) in hoogst mogelijke graad (door reduplicatie sterk benadrukte vorm van aller-, betekenis [1])
    Het is een aller-alleraardigste vlotte, genoegelijke film.
    Skoda heeft een alleraardigst aangeklede Pickup op basis van de Favoriet.
voornaamwoord
  1. (aan, voor, in of bij) alle (voor een woord met vrouwelijk genus)

Etymologie

*[B] datief enkelvoud al, gevormd met de oude uitgang -er Categorie:Datief in het Nederlands

Uitdrukkingen

  • u aller vriend.de vriend van u allemaal
  • ons allerwaarop we allemaal erg gesteld zijn
  • Alle / aller ogen zijn gericht op Kwatta

Vertalingen

Engelsof all
Spaansde todos