alleenstaande
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij) iemand die geen partner heeftNaast hen woonde een alleenstaande van in de zestig.`Van Sinterklaas tot Sintemaarten' is bestemd voor Nederland en Vlaanderen. Wij hopen van harte dat het boek, mede door de grote toewijding waarmee Otto Dicke het heeft geïllustreerd, met vreugde gebruikt zal worden. Niet alleen voor de jeugd, in gezin en school, maar ook door alleenstaanden en zieken. Kortom: allen die zich willen verdiepen in de 'feestelijke' kant van het leven.Door met succes propaganda te maken voor de huwelijkse staat zorgde de Romantiek ervoor dat alleenstaanden aan hun goede karakter en geestelijke gezondheid gingen twijfelen - en zich uiteindelijk misschien wel een stuk eenzamer voelden dan een woestijnvader na een halve eeuw in de Nitrische Woestijn.
Etymologie
*Afgeleid van alleenstaand
Vertalingen
DuitsAlleinstehende
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek