alibi

onzijdig (het)//ˈaː.liˌbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden van beschuldiging
    Aan zijn alibi kan niet getornd worden.
  2. smoesje
    Het ding fungeerde namelijk als alibi.

Etymologie

* Uit Latijn "alibi".

Vertalingen

Engelsalibi
Fransalibi
DuitsAlibi
Spaanscoartada
Zweedsalibi