alg
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) in water voorkomende vaatloos, op een plant gelijkend organismeGoldie lachte zich gek toen Pogue stug bleef doorblowen tijdens het eten en ik kreeg herhaaldelijk opmerkingen naar mijn hoofd over de kwaliteit van het slijmerige water, dat inderdaad erg vies smaakte door de groene algen.
Etymologie
*via "Alge" van Latijn "alga", in de betekenis van ‘wier’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek