albe

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑlbə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) lang, wit misgewaad van katholieke priesters, diakens en misdienaars

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wit miskleed’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsalb
Spaansalba