akolei
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌakoˈlɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geslacht van kruidachtige, winterharde, vaste planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)De akolei is het zinnebeeld van ootmoed en liefde.Voorlopig rijdt de taxi naar twee gebieden die volgens de folder “Limburg op zijn mooist” vertonen: de boswachterij Vaals en het Gerendal. Dat laatste, tussen Valkenburg en Gulpen, is een zogenoemd droogdal, gevormd door afstromend regenwater en gesmolten sneeuw. De hellingen zijn voornamelijk bedekt met loofbos. Er groeien zeldzame plantesoorten, waaronder orchideeën, de wilde akelei en het peperboompje, dat elders in Nederland niet voorkomt. NRC F.G. de Ruiter 7 september 1995
Etymologie
*uit het Latijn
Vertalingen
EngelsAkelei
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek