akkerbouw

mannelijk (de)/ˈɑkərˌbɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) aanbouw van gewassen in de volle grond, met uitzondering van groenten en fruit
    De vuren zijn meestal aangestoken door boeren. Zij verbranden bossen om de grond leeg te maken. Die grond gebruiken ze dan voor akkerbouw en veeteelt.

Vertalingen

Engelsagriculture, farming, tillage
Spaansagricultura