akkefietje
onzijdig (het)/ˌɑkəˈficə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) lastig werk, karweitje
- een storend voorval, een ruzietjeZij hadden een akkefietje op het werk.‘Gaat het? ’Chantal gaf hem een kus. ‘Niks bijzonders. Een akkefietje met de jongens. Na het eten hebben we het er wel over, oké? ’
Etymologie
* Leenwoord uit Fries akkefy(t)sje ‘baantje, (onaangenaam) werkje’, verkleiningsvorm bij akkefyt ‘voordelig baantje, zaakje; voordeeltje’, overgenomen uit Vroegnieuwhoogduits Aquavitte, Aquavite ‘brandewijn’ (16de eeuw), ontleend aan Latijn aqua vītae ‘levenswater’. Evenzo ontleend zijn Duits Aquavit ‘brandewijn’, Noors akevitt en Deens, Zweeds akvavit ‘soort jenever’.
Vertalingen
Engelstrifle, bad job
Fransbroutille, bagatelle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek