agogiek

vrouwelijk (de)/aɣo'ɣik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) leer van de minuscule veranderingen in de uitvoering (bijv. het tempo) ter wille van de voordracht
  2. de leer van het begeleiden, aansturen of beleidsmatig mogelijk maken van veranderingsprocessen bij mensen

Etymologie

*afgeleid van agoog