agnosticus

mannelijk (de)/ɑxˈnɔstiˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) iemand die ten aanzien van het bovennatuurlijke stelt dat dit niet te kennen valt
    Hij is van agnosticus een fanatiek moslim geworden.

Etymologie

*afgeleid van agnost

Vertalingen

Engelsagnostic
Fransagnostique
DuitsAgnostiker
Spaansagnóstico