agaragar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌaɡɑrˈaɡɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) gedroogd zeewier
- (voeding) smaak- en reukloze gelatine, bestaand uit onvertakte polysacharide die uit de celwanden van sommige soorten roodwieren gewonnen wordt en als verdikkingsmiddel wordt toegepast
Etymologie
*van "agar-agar", reduplicatie van agar, in de betekenis van ‘gedroogd zeewier, de gelatine daaruit gemaakt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1765
Vertalingen
Engelsagar, agar-agar, agar
Spaansagar-agar, agar-agar, gelatina de algas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek