afwenden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ergens niet meer naar willen kijken
    Hij wendde zijn hoofd af van het vreselijke ongeval.
    Hij keek me medelijdend aan toen ik mijn hoofd schudde en het afwendde.
    Ik kon mij zijn ontzetting indenken, toen deze brave mensen zich haastig afwendden en hun huizen binnengingen.
  2. ergens niet meer over na willen denken of mee bezig zijn
    Hij wendde zich helemaal van de politiek af na zijn aftreden als minister-president.
  3. voorkomen van iets onprettigs
    Door het verhogen van de dijken is het gevaar van een overstroming afgewend.
    Chantal hief beide handen op en maakte een afwerend gebaar alsof ze hiermee een naderend gevaar kon afwenden.