afvalbak

mannelijk (de)/ˈɑfɑlˌbɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bak waar het afval in wordt gedeponeerd totdat de vuilnisdienst het ophaalt
    Een dakloze zoekt in de afvalbakken naar statiegeldflessen, aan één stuk door hoestend.
    Doordat ik vaak dagenlang geen afvalbak tegenkwam, droeg ik altijd een zak vol gebruikte wc-papiertjes bij me. Het was altijd weer een enorme opluchting om in een dorpje mijn wc-papier en ander afval weg te kunnen gooien.

Vertalingen

Engelsdustbin
Franspoubelle
Spaanscubo de basura
Italiaanssecchio delle immondizie