aftapper
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets afneemt van een stroom die voor iets of iemand anders bestemd isNu probeert de Tsjetsjeense president, Aslan Maschadov, een einde te maken aan die struikroversmentaliteit. Zijn minister van Binnenlandse Zaken heeft de oorlog verklaard aan de aftappers. Tweeduizend gardisten zouden de laatste maanden “enkele honderden” huisraffinaderijtjes hebben ontmanteld. Van de 209 aangehouden tankauto's bleken er 110 gestolen olie te vervoeren. NRC Frank Westerman 20 januari 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/01/20/oliepiraten-loeren-op-kaspische-pijpleiding-7384042-a6803 'Oliepiraten' loeren op Kaspische pijpleiding]
Etymologie
* van aftappen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek