afsnijdsel
onzijdig (het)/'ɑfsnɛɪtsəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- restjes die overblijven na snijdenIs de schnitzel dan soms geboren in de Achterhoek, vroegen Vermeer en co zich af. Veel doet dat vermoeden, want de benaming schnitzel is een verbastering van het Achterhoekse woord voor afsnijdsel, fonetisch: afsnietsel. Zo wordt althans beweerd in een ronkend persbericht van de programmamakers.Ik kwam op dit hapje doordat er op de zaak nog wat afsnijdsels van een grote zalmzijde in de koeling lagen.
Etymologie
* van afsnijden
Vertalingen
Engelstrimming, meat trimmings, meat scraps
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek