afsmeking

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebed waarin met de godheid om een gunst vraagt
    Ja, zij riepen erover uit tot de Heere, door die gruwelen al klagende aan Hem op te dragen, door afsmeking van eigen bewaring onder die stroom van gruwelen. Door Hem te bidden, dat Hij die gruwelen eens stuiten en beletten wilde.

Etymologie

* van afsmeken