afslopen
Betekenis
werkwoord
- (ov) helemaal afbreken
- zaken ergens vanaf brekenEn goed mogelijk dat we dan over een jaar of tien, de huidige hang naar de authentieke details, notariswoningen en boerderijservies helemaal zat zijn en alles er weer afslopen. En dan zullen we verbaasd uitroepen hoe prachtig kaal dit gebouw is, naast al die 19e eeuwse huizen met raamkozijnen en kaders van slagroom. Wat een heerlijke, eerlijke architectuur!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek