afschudden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. door middel van krachige beweging iets verwijderen
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets wat niet stoffelijk is verwijderen
    De plek is symbolisch. Wim Kok, de PvdA-leider die in 1995, net een jaar premier van het eerste ‘paarse’ kabinet, zijn partij met vaste hand naar het midden stuurde. „De oude ideologie blijkt niet in staat afdoende antwoord te geven op de sleutelvragen van deze tijd”, zei hij in de toespraak waarin hij sprak over het afschudden van „ideologische veren”. Hij regeerde met VVD en D66, opende de Derde Weg, tussen socialisme en kapitalisme, en plaveide die met de privatisering van nutsdiensten als loodswezen en openbaar vervoer, en met marktwerking in sectoren als zorg en telefonie. NRC Bas Blokker 9 december 2016
    Wij moesten eerst het stof van onze kleren afschudden voor we ons huis binnen mochten gaan.
    Ik ben nu eenmaal erg ongeduldig, een eigenschap waar ik niet trots op ben en die moeilijk af te schudden is.
  3. aan de achtervolgers ontsnappen