afschieten
/ˈɑfsxitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een schot dodenDe overbevolking in dit gebied wordt bestreden door jaarlijks wild af te schieten.
- iets met behulp van een explosie snel weg laten vliegenWij mogen op oudejaarsavond vuurpijlen afschieten.Het kon namelijk niet anders of er zou verbaal vuurwerk worden afgeschoten.
Vertalingen
Duitsabschießen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek