afscheuren

/ˈɑfsxørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) door een scheurbeweging van een groter geheel losraken
    Als ze die plaat daar zo laten hangen scheurt er vanzelf een stuk af.
  2. ov (ov) met een scheurbeweging losmaken
    Kun je van dat vel nog wat stukken afscheuren?

Vertalingen

Engelstear, get torn, tear off
Fransse déchirer, arracher, déchirer
Duitsabreißen, reißen, abreißen
Spaansarrancar
Italiaansstaccare