afnokken

/ˈɑfnɔkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, informeel (erga) (informeel) weggaan, ophouden
    En daarna was hij afgenokt.

Etymologie

* verbastering van 19e eeuws "knock off", slang voor "ophouden met iets te doen (en vervolgens weggaan)", op te vatten als , in de betekenis van ‘weggaan’ voor het eerst aangetroffen in 1900 (zie de vindplaats hieronder)