afmatting

vrouwelijk (de)/ˈɑfmɑtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heel vermoeid zijn; het heel vermoeid worden
    De camera zit hen dicht op de huid tijdens de fysieke en mentale afmatting die ze daarvoor moeten doorstaan, en kijkt niet weg wanneer de jonge mannen breken. Ze vallen flauw tijdens kilometers lange marsen met zware bepakking en worden doorlopend uitgescholden door hun meerderen. Die snappen wel dat er zoveel uitvallen. Deze „digitale generatie” is tegen weinig bestand. Dat vergt „een stukje heropvoeden”. NRC Emilie van Outeren 4 april 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/04/04/negen-maanden-doffe-ellende-in-mariniersopleiding-12639121-a806280 Negen maanden doffe ellende in mariniersopleiding]

Etymologie

* van afmatten