aflevering

vrouwelijk (de)/ˈɑflevəˌrɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
    Ik heb die aflevering al drie keer gezien!
    Het beeld dat u schetst hoort echter meer thuis in een aflevering van The Sopranos.
    Van Veen, die al in de eerste aflevering in 1990 te zien was, hoorde vorig jaar dat ze uit de serie werd geschreven. In december werd de laatste aflevering uitgezonden waarin ze nog te zien was.
  2. het afleveren van iets
    De aflevering van deze goederen zal door het noodweer wat vertraagd worden.

Etymologie

* van afleveren .

Vertalingen

Engelsepisode
DuitsFolge
Spaansentrega
Turksbölüm
Poolsodcinek